INTERVIEW MET DIANA VAN HAL

Interview Diana van Hal. 24 juli 2019, Pictura, Dordrecht.
Door Manuela Porceddu | Platform DOLLY

Voordat we beginnen wil ik iets voorlezen. Een citaat wat ik heb gevonden. “Diversity is having a seat at the table, inclusion is having a voice and beloning is that the voice will be heard.”

Wie ben je en waar kom je vandaan?
Ik ben Diana van Hal. Ik ben beeldend kunstenaar, voornamelijk graficus. Ik maak het liefst linosneden maar ik gebruik ook andere technieken. Ik ben geboren en getogen in Dordrecht. Ik heb hier een fijn atelier en ik exposeer door het hele land met mijn werk. Onlangs ben ik overgegaan van zeer kleurig werk naar meer sober werk. Nu maak ik prenten in zwart-wit waar de mensfiguur in centraal staat.

Ben je altijd kunstenaar geweest?
Eigenlijk is dat vrij laat begonnen. Ik wilde graag naar de kunstacademie maar mijn ouders wilden dat niet, nou vroeger gebeurde dat dan ook gewoon niet. Op mijn achttiende ben ik gaan werken als brandschilder — dus het beschilderen van glas. Dat baantje werd later heel ironisch aan iemand gegeven die wel kunstacademie had gedaan. Via een omweg kwam ik te werken op de kopjes-afdeling van het warenhuis V&D. Dat was helemaal niets voor mij, maar ik zag daar wel een leuke baan als etaleuse voor me. Na een tijdje mocht ik daar aan de slag en dat heb ik zo’n tien jaar gedaan.

Na zo’n zeven jaar had ik het gevoel dat het ‘mooi’ maken van dingen niet genoeg was. Er moest ook iets anders zijn in de wereld. Ik begon mijn nieuwe avontuur op de academie in Breda, dat heb ik twee jaar gedaan. Toen heb ik die verwisseld met de vrije academie in Den haag en ben ik geëindigd op de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Daar ben ik afgestudeerd in grafisch technieken.

Wat voor werk maak je meestal?
Er zit een verloop of liever gezegd een proces in het werk. Heel lang heb ik kleurige lino’s gemaakt. Na een tijdje ben ik ook gaan schilderen maar dan gebruikte ik toch lino snijden als uitgangspunt. Ongeveer vier jaar geleden ben ik daar mee opgehouden en ben ik begonnen met het maken van portretten. Het voelde als een grote stap voor mij. Ik maakte nooit menselijke figuren maar juist landschappen, interieurs en stillevens.

Tegenwoordig maak ik geen lino’s meer op papier maar op linnen, de achterkant van schildersdoek. Ook in formaat ben ik veranderd van middelgroot tot best wel groot, levensgrote prenten zijn het nu.

Tijdens deze projectweken heb ik voor mijn gevoel weer een stap gezet. Ik ga nu drukken op vilt. Hiermee heb ik in mijn atelier natuurlijk al geëxperimenteerd maar nu wil ik dat ook op groot formaat gaan doen. Dat vind ik een spannende ontwikkeling.

Waarom doe je mee met de projectweken?
Ik doe mee omdat ik graag werk maak dat te maken heeft met etniciteit, in de zin van waar kom je vandaan. Ik ben erg geïnteresseerd in de culturen uit Afrika en Zuid-Amerika en ik merk dat ik daar juist nu, veel over nadenk. In mijn werkproces heb ik het gevoel dat er nieuwe stappen gezet moeten worden. Door mee te doen hoop ik door het contact met andere kunstenaars veel over mezelf te kunnen leren. Misschien kan ik de dingen anders gaan bekijken of herzien, en ontdekken waar ik heen wil.

Een persoonlijke ontwikkeling doormaken dus?
Ja dat klopt.

Heb je al het gevoel dat er iets is gebeurd?
Ja ik vind dit heel erg fijn om dit mee te maken en heel mooi als ik terugkijk naar de gesprekken die we gehad hebben, vooral in de tuin. Het was interessant om te horen waarom anderen mee doen en hoe ze dit ervaren is voor mij erg leerzaam omdat ik van de generatie kunstenaars ben die alles alleen moest doen en bedenken. Want alleen dan was het goed.

Vind je dat er te veel gepraat en te weinig wordt gemaakt?
Nee, niet hier. Maar misschien is dat wel een tendens op de huidige opleidingen. Meer theorie en praten dan echt kunst maken. Maar ja, is dat ook erg?

Het thema van de projectweek, heeft dat nog invloed waarom je mee wilde doen, wat betekent dat voor jou als maker?
Het woord inclusiviteit heeft toch wel erg te maken met wat onzichtbaar achter mijn werk aanwezig is en niet echt uitgesproken wordt. En ook ook in het dagelijks leven spreekt dat thema me erg aan. Buitenstaander zijn daar voel ik mezelf erg bekend mee, dus inclusiviteit raakt mee daarin ook.

Om op deze vraag antwoord te geven als maker vind ik moeilijk. Het loopt nu te veel door elkaar. Vroeger was dat misschien niet zo. Ik vond altijd dat mijn werken niets speciaals hoefden te zeggen over mijzelf. Emotioneel gezien kon ik daar afstandelijker in zijn. Nu denk ik juist dat het werk een extra kwaliteit krijgt als ik het dichterbij mezelf zoek.

Zit je al lekker in je werkproces?
Ja daar zit ik nu midden in. De eerste dag was het wel heel erg aftasten en alles was nog onzeker. Maar toen ik erachter kwam dat het proces bij iedereen zo gaat vond ik dat een geruststelling en kon ik op mijn gemak gaan uitzoeken wat ik wilde.

Ik ben eerst gaan tekenen. Kleine schetsen van kinderen over het gevoel van bescherming tegen exclusiviteit. Die ontstaan vanuit intuïtie maar voor het tekenen zit wel het bedenken. 

Denken, tekenen en dan?
Ik bedenk het, ik laat het los, en dan ga ik tekenen. Daarna kijk ik wat er tevoorschijn is gekomen. In een vervolgstap denk ik na over of het tekeningen moeten worden, of het met mijn grafische technieken gemaakt moet worden, en zo maak ik kleine beslissingen. Bijvoorbeeld normaal zou ik voor zwart wit kiezen, maar dat voelde op dit moment niet goed. Er komt een oud idee boven voor het gebruiken van gekleurd vilt als ondergrond. Ik maak daar meteen wat voorbeelden van. Zo liggen er nu een aantal prentjes op vilt te drogen. Maar toen ben ik verder gegaan want ik wilde toch iemand afbeelden, dat vond ik in deze context ook wel belangrijk.Ik wil heel persoonlijk worden met dit werk. Ik heb foto’s uitgezocht van iemand die ik heel goed ken – mijn man dus, en heb die gebuikt voor het maken van nieuwe schetsen.

Waarom benadruk je nu het feit dat je heel persoonlijk wilt worden nu?Voorheen als ik mensen afbeeldde gebruikte ik liever een verzonnen, of zelf bedacht personage, meer als een icoon. Er zat een bepaalde afstand tussen dat personage en mijzelf. Door bestaande mensen af te beelden blijf je dichterbij jezelf. Als je dichterbij jezelf blijft, vertel je niet alleen iets over de ander maar ook iets over jezelf dat is met elkaar verweven. Dat vind ik mooi.

Facebook